Geschiedenis spoorwegen
in en om
Roosendaal

 
 

Wachterswoningen 21 t/m 27 op het baanvak Roosendaal - Essen

 

1. Wegwerkers bij wachterswoning 22

 
 
Rond 1908 staan negen wegwerkers, onder leiding van Cornelis (Kees) de Bruijn (helemaal links, met baard), bij wachterswoning 22, ter hoogte van de spoorwegovergang in de Watermolenstraat, te poseren voor een fotograaf. Vaag op de achtergrond zijn op de overweg, een vijftigtal meters verderop, nog enkele kinderen te ontwaren. Maar wie waren nu die spoorwegbeambten?
 
 
Tussen de wachterswoning 22, gebouwd in 1885 bij km 25,586 (Zlw - Esn), en de overweg staan achtereenvolgens een bergplaats voor de ploeg van de Dienst van Weg & Werken (destijds kortweg 'ploegkeet' genoemd) en een wachtpost als onderkomen voor de invaller of aflosser van de overwegwachter. Zowel links als rechts van de lijn staan telegraaf- en telefoonpalen, niet alleen voor de verbindingen tussen het station Roosendaal en dat van Essen, maar ook voor de Rijkstelegraaf- en Telefoondienst als verbinding tussen Nederland en Belgie. Juist links van de vijfde man (van links) is het elektrisch kloksein te ontwaren. Zodra dat begon te luiden, moest de wachter(es) zijn of haar overweg onmiddellijk te sluiten. Het signaal werd bediend vanaf seinhuis A in Roosendaal. De rails zijn nog op een eenvoudige wijze op de dwarsliggers bevestigd. De railstaven zijn hooguit een meter of acht lang. Als ballast wordt zand gebruikt. De spoorwegbeambten zijn bijna allemaal bekend, behalve de nummers 4 en 8 (van links naar rechts):
 
1. Cornelis (Kees) de Bruijn, ploegbaas SS, gevestigd op 31-03-1884 uit Oudenbosch, * 31-01-1856 te Etten, + 07-01-1948 te Roosendaal (91 jaar oud), gehuwd op 22-09-1879 te Oudenbosch met Catharina Willemse, wachteres SS, * 13-01-1857 te Oudenbosch, + 26-02-1932 te Roosendaal. Vijftien kinderen, waarvan vier op zeer jonge leeftijd zijn overleden.
 
2. Cornelis (Kees) Gabriël Hectors, los arbeider SS (geen spoorwegpet), * 13-11-1882 te Roosendaal, + 13-02-1948 te Roosendaal (65 jaar), gehuwd op 01-04-1910 te Roosendaal met Helena van Gastel, * 23-03-1886 te Rucphen, + 27-01-1968 te Roosendaal.
 
3. Hendrik (Hein) Jongeneelen, wegwerker SS, * 06-08-1874 te Rucphen, + 06-10-1956 te Roosendaal (82 jaar), gehuwd op 21-06-1898 te Roosendaal met Maria Elisabeth Suijkerbuijk, * 18-09-1881 te Roosendaal, + 30-12-1958 te Roosendaal (77 jaar). Zestien kinderen, geboren in de jaren 1899-1924.
 
5. Marinus (Marijn) de Bruijn, wegwerker SS, * 27-05-1883 te Oudenbosch, zoon van Cornelis de Bruijn, + 04-12-1960 te Roosendaal (77 jaar), gehuwd op 22-05-1905 te Roosendaal met Cornelia Dimphna van Geel, * 14-12-1885 te Roosendaal, + 07-08-1961 te Roosendaal (75 jaar).
 
6. Petrus (Peerke) Jacobus Palings, wegwerker SS en landbouwer, * 05-11-1885 te Roosendaal, + onbekend, gehuwd op 01-07-1912 te Essen met Anna Maria Ickroth, * 22-10-1881 te Essen, + 29-01-1937 te Roosendaal (55 jaar).
 
7. Petrus de Bruijn, los arbeider SS (geen spoorwegpet), * 03-01-1892 te Roosendaal, zoon van Cornelis de Bruijn, + 30-05-1943 te Roosendaal (51 jaar), gehuwd op 10-09-1920 te Roosendaal met Rosalia van Ginderen, * 09-09-1890 te Roosendaal, + 15-07-1949 te Roosendaal (58 jaar).
 
9. Petrus Oosterbos, arbeider SS, * 28-11-1887 te Roosendaal, + onbekend, gehuwd op 27-05-1913 te Roosendaal met Johanna Catharina Goorden, * 03-10-1887 te Roosendaal, + 18-03-1956 te Roosendaal (80 jaar). Acht kinderen, waarvan drie op zeer jonge leeftijd zijn overleden.
 
10. Adrianus Franciscus Oosterbos, wegwerker SS, * 21-11-1883 te Roosendaal, + 08-10-1950 te Roosendaal (66 jaar),
gehuwd op 26-09-1910 te Roosendaal met Catharina Maria van den Broek, * 17-06-1887 te Roosendaal, + 20-01-1944 te Roosendaal (56 jaar). Elf kinderen, waarvan twee op zeer jonge leeftijd zijn overleden.
 
In het jaar dat de foto werd gemaakt, woonde in wachterswoning 22: Dingenis Cornelis Bouwman, * 15-10-1871 te Middelburg, spoorwegwachter SS, gehuwd met Jannetje Lourense, * 01-07-1871 te Aagtekerke, wachteres SS. Het echtpaar had zich op 17 juni 1893 vanuit Oost en West Souburg in Roosendaal gevestigd. Pas rond 1905 verhuisden zij naar wachterswoning 22, van waaruit zij op 21 februari 1916 naar Woensel vertrokken.
 
Wachterswoning 22 was in 1885 volgens het bestek 396 SS gebouwd. De afmetingen waren 7,1 x 3,95 meter voor het hoofdgebouw en 4,0 x 2,6 meter voor de aanbouw (keuken en privaat). De aanbesteding vond plaats op 23 september 1884. In de loop van 1885 kwam het werk gereed. De bergplaats voor materialen en gereedschappen voor de op het baanvak Roosendaal - Essen aan het werk zijnde ploeg wegwerkers van de Dienst van Weg & Werken werd geplaatst in 1906. Bij het maken van de foto was het houten gebouwtje dus nog nagelnieuw.
 
Wachterswoning 22 kreeg in 1920 een flinke uitbreiding en wijziging volgens het bestek 1409 SS. De aanbesteding vond plaats op 9 december 1919. De afmetingen werden 9,4 x 3,95 meter voor het hoofdgebouw en 5,4 x 3,5 meter voor de aanbouw (keuken en privaat). Nadat in 1926 de bewaking van de Watermolenstraat was opgeheven, had wachterswoning 22 nog uitsluitend een bestemming als woonhuis voor spoorwegpersoneel. Volgens de Dienst van Weg & Werken van NS werd wachterswoning 22 in 1941 afgebroken.
 
 
Omdat van wachterswoning 22 bij km 25,586 (Zlw - Esn) voor en na de uitbreiding verder geen andere foto's bekend zijn, is een plaatje van 19 augustus 1978 geplaatst van de nagenoeg identieke wachterswoning 21 bij km 24,882 (Zlw - Esn) aan de Vijfhuizenberg 17 (in de volksmond bekend als De Fuis). Op de foto was de (al sinds 1923) onbewaakte overweg (km 24,890 Zlw - Esn) naast wachterswoning 21 in gebruik voor landbouwverkeer. Ter beveiliging waren schrikhekken aangebracht. Sinds de elektrificatie in 1957 reden de treinen links, vandaar dat er bij elke overweg op het grenstraject een bord stond met de tekst: 'LET OP, Treinen rijden normaal op LINKER spoor'.
 
Ook bij wachterswoning 21 vond in 1920 een vergroting plaats en wel in de lengte (naar het noorden toe) en in de hoogte, zodat op de eertijds zo krappe zolder echte slaapkamertjes ontstonden. Voor dit laatste werden alle muren hoger opgetrokken. Bij wachterswoning 21 stond op de plaats van het linkerraam aan de spoorzijde de vroegere voordeur. Aan weerszijden van die vroegere voordeur had je voor 1920 een raam. Het linkse raam verdween geheel en het rechtse werd een eindje naar rechts gezet. Later werd dat weer vervangen door het op de foto zichtbare raam in een modernere vormgeving (Bron: Opmeting Marius Broos, 30 oktober 1993).
 
 
Locomotief NMBS 1501 nadert op 19 augustus 1978 met trein TEE 82 Étoile du Nord en gestreken stroomafnemers de spanningssluis (overgang tussen 1500 Volt in Nederland en 3000 Volt in België) even ten zuiden van Roosendaal. Links staat wachterswoning 21. De drie rijtuigen leveren slechts 78 zitplaatsen voor reizigers op. Indien wordt bedacht wat een mankracht alleen al voor het rijden van deze trein met restaurant nodig is, dan valt het gemakkelijk te begrijpen, dat de Trans Europ Express in het begin van de jaren zeventig tussen Amsterdam en Brussel verlies ging opleveren. Overigens had in 1978 het baanlichaam van het grenstraject nog steeds dezelfde breedte als in 1854. Vanwege extra onderhoud door uitzakkingen van grond en ballast in de sloot ernaast werd het baanlichaam vijf jaar later aanzienlijk verbreed.
 
 
De foto toont de situatie op 4 augustus 1984, toen de (al sinds 1923) onbewaakte overweg nog aanwezig was voor landbouwverkeer, maar het baanlichaam al was verbreed. Aan de noordzijde van de wachterswoning stond nog een origineel raam uit 1885. Overigens werd de overweg in 1987 opgeruimd. Ongeveer op de plaats van de vroegere spanningssluis werd op 13 juli 1992 de AHOB (km 25,052 Zlw - Esn) in de Willem Dreesweg in dienst gesteld. Maar omdat de gemeente Roosendaal en Nispen het niet eens kon zijn over een in ruil hiervoor elders te sluiten spoorwegovergang werd de overweg met AHOB en al volledig 'afgeplankt'. Pas na lang touwtrekken tussen de gemeente en de NS kon het verkeer na ruim een jaar, op 20 september 1993, van de nieuwe overweg gebruik maken.
 
Inmiddels was ook de spoorwegovergang in de Watermolenstraat (km 25,632 Zlw - Esn) verleden tijd. Toen na de Tweede Wereldoorlog de kosten te hoog uitvielen, werd de bewaking in 1926 opgeheven. Al in een vrij vroeg stadium kwam hier op 11 september 1957 een AKI tot stand. Deze werd in 1975 vervangen door een AHOB, nadat de overweg in het voorjaar van 1974 was verbreed. Bij het vorderen van de aanleg van de nieuwbouwwijk Tolberg Oost werd de AHOB op 17 augustus 1987 buiten dienst gesteld. Kort daarna vond de opbraak van de overweg plaats.
 
 
Locomotief NS 2241 (in geelgrijze uitvoering) passeert op 11 juli 1990 met lege ertstrein 49980, op weg van Essen naar de Maasvlakte, de spanningssluis en wachterswoning 21. Het betrof een incidenteel contract voor vervoer van erts naar Esch (in Luxemburg). Inmiddels is deze plaats, op slechts enkele honderden meters uit het centrum van de stad, onherkenbaar gewijzigd. Links buiten beeld ligt nu Klein-Brabant.
 
De spanningssluis uit 1957 werd op kosten van de gemeente (circa 1,5 miljoen gulden) in het voorjaar van 1992 verplaatst van km 24,950 (Zlw - Esn) naar km 26,060 (Zlw -Esn) vanwege de aanleg van een overweg. Aanvankelijk was het de bedoeling voor de nieuwe Willem Dreesweg een onderdoorgang te maken, maar de gemeente had niet genoeg geld. Een goedkopere oplossing was een verplaatsing van de spanningssluis. De nieuwe werd in dienst genomen in de nacht van 21 op 22 juni 1992. De oude werd een maand later werd afgebroken. In maart 1992 kwam wachterswoning 21 leeg te staan door het vertrek van de bewoners naar de stad. In de zomer van 1993 werd het pand dat al lang in particuliere eigendom was, sterk beschadigd door vandalisme. Dit betekende uiteindelijk afbraak in augustus 1996. In ruim een eeuw tijd woonden in wachterswoning 21 slechts vier spoorwegbeambten met hun vaak kinderrijke gezinnen:
 
1884 – 1923 : Cornelis (Kees) de Bruijn, ploegbaas SS, gevestigd op 31-03-1884 uit Oudenbosch, * 31-01-1856 te Etten, + 07-01-1948 te Roosendaal (91 jaar oud), gehuwd op 22-09-1879 te Oudenbosch met Catharina Willemse, wachteres SS, * 13-01-1857 te Oudenbosch, + 26-02-1932 te Roosendaal. Vijftien kinderen, waarvan vier op zeer jonge leeftijd zijn overleden.
 
1923 – 1935 : Joannes Dam, wegwerker NS, ploegbaas NS, gevestigd op 29-04-1922 uit Zevenbergen, * 14-02-1889 te Hoeven, + 05-06-1944 te Roosendaal (55 jaar, zwaar gewond bij bombardement op 31-05-1944), gehuwd op 10-07-1917 te Zevenbergen met Clasina Johanna den Biggelaar, * 16-11-1895 te Zevenbergen, + 19-01-1959 te Etten en Leur (63 jaar).
 
1935 – 1967 : Johannes Gabriëls, wegwerker NS, ploegbaas NS, * 11-02-1892 te Rucphen, + onbekend, gehuwd op 12-05-1914 te Roosendaal met Maria Hendrika Roozen, * 12-01-1891 te Boxtel, +01-01-1958 te Roosendaal (66 jaar). Acht kinderen, waarvan drie op zeer jonge leeftijd zijn overleden.
 
1967 – 1992 : Lambertus Wevers, wegwerker NS, gevestigd op 08-04-1932 uit Zevenbergen, * 07-03-1919 te Zevenbergen, gehuwd,
oudste zoon van Dominicus Wevers, seinhuiswachter NS (blokpost 62, Meirestraat 5), * 15-12-1889 te Zevenbergen, + onbekend,
gehuwd op 10-05-1918 te Zevenbergen met Johanna de Jong, * 28-03-1892 te Zevenbergen, + onbekend.
 
 
 

2. Wachterswoning 23 met blokpost 61 aan de Tolbergsestraat

 
 
In de nacht van 1 op 2 december 1944, om vijf voor drie, sloeg bij de spoorwegovergang aan de Tolbergsestraat een V1 in, precies tussen de boerderij van Willem Thielen op nummer 5 en het huis van Frans Aarts op nummer 7.
 
 
Plaats van de V1-inslag op 2 december 1944 aan de Tolbergsestraat 7. De 'blokpost 61' ligt aan de noordzijde van wachterswoning 23.
 
Janus Thielen
Janus Thielen, geboren in 1929 als zoon van Willem, vertelt: “Ik lag samen met mijn broer in de bedstee, toen ik wakker werd van een enorm geraas. In het schijnsel van de maan zag ik dat ik onder een zware balk lag, weliswaar niet bekneld, maar ik kon er ook niet onder uit, zonder mijn broer in gevaar te brengen. Als eerste kwam Nar Verbeek uit de Watermolenstraat hulp bieden. Hij werd al gauw gevolgd door enkele tientallen mensen uit de buurt. Het duurde echter zo’n anderhalf uur, voordat ik werd bevrijd. Gelukkig mankeerden wij en de andere familieleden niet zo veel. Alleen de veestapel in de stal was er slecht aan toe. Dertien van de zeventien koeien overleefden de V1-inslag niet. Zij zaten bekneld onder steenpuin, balken en stalgangen of overleden door bloedverlies. Zelfs de vier overgebleven koeien stierven nog in het jaar daarop.”

Wachterswoning 23
Op het erf was een grote kuil ontstaan met een diepte van circa drie meter, waarin van de V1 niets meer terug te vinden was. Het zand lag tot op enkele honder-den meters in de omtrek. Door de enorme explosie werden de panden op de nummers 5, 7, 9 en 11 totaal verwoest. Tot in de verre omtrek ontstond grote schade aan ramen en daken. Van de wachterswoning 23 (genummerd vanaf Lage Zwaluwe tot Essen) op nummer 9 was bijna niets meer overeind gebleven. Dit huis behoorde toe aan de N.V. Nederlandsche Spoorwegen en lag ten zuidwesten van de overweg. Aan de kant van de Tolbergsestraat was in zwarte letters op de wit gepleisterde gevel ‘blokpost 61’ geschilderd.


Toon Dam

Het was het onderkomen van blokpostwachter Toon Dam en zijn vrouw Cornelia Buijs met hun kroost. De kinderen die op de bovenverdieping aan de ‘Nispense’ kant lagen te slapen, werden bij de V1-inslag naar buiten geslingerd. Daarbij werd zoon Wim ernstig gewond. De vloer van het opkamertje viel met bed en al naar beneden in de kelder. Vader Toon had op dat moment nachtdienst in de blokpost aan de overweg, op enkele meters afstand van zijn huis. De ramen waren vanwege het gebrek aan glas grotendeels met planken dicht gemaakt en om treinen uit de richting Essen te zien aankomen, was er een spiegeltje geplaatst. Toon hoorde plotseling een enorm geraas en wilde naar buiten gaan om te kijken wat er aan de hand was, maar aangezien de deur door het vocht wat klemde, lukte dat niet meteen. Voordat hij het wist, lag Toon onder de loodzware ‘blokkast’ en kreeg hij het versplinterde glas van het spiegeltje in zijn ogen. In het ziekenhuis in Bergen op Zoom constateerden artsen zware kneuzingen aan zijn linkerschouder door het omvallen van de ‘blokkast’. Zijn linkeroog was al niet meer te redden. Aan het rechteroog ontstonden ontstekingen, zodat Toon vier weken later geheel blind was. Geen enkele oogarts kon hem nog helpen. Na zes weken zou Toon uit het ziekenhuis worden ont-slagen. Ook zijn zoon Wim had er een tijdje doorgebracht.

Nog meer pech

De families Thielen en Dam werden door buurtbewoners aan andere kleren geholpen en kregen enkele weken lang een gastvrij onderdak bij de familie Rommers – Dekkers aan de Watermolenstraat. Cornelia Buijs en haar kinderen verhuisden rond Nieuwjaarsdag 1945 naar de Groenstraat, waar een woning leeg stond na de vlucht of de arrestatie van een NSB’er met zijn gezin. Tot overmaat van ramp overleed zij echter op 2 juli 1945. Toon was voortaan aangewezen op hulp van zijn kinderen en een blindengeleidehond. De wachterswoning werd echter nooit meer opgebouwd; alleen ‘blokpost 61’ bleef nog in dienst tot 8 januari 1957, in afwachting van de elektrificatie van het baanvak Roosendaal – Essen en het in dienst stellen op 23 september 1957 van automatisch blokstelsel met lichtseinen (voor links rijden).

Eigenlijk dubbel pech

Overigens was Toon Dam nog maar vrij kort werkzaam geweest op ‘blokpost 61’. Jarenlang had hij aan het Gors onder de gemeente Hoeven als seinwachter op ‘blokpost 63’ gediend. In juni 1939 kreeg Toon een overplaatsing naar Nuland – Geffen, een in 1938 gesloten stopplaats aan de spoorweg ’s-Hertogenbosch – Nijmegen, die wel als blokpost in dienst was gebleven. De overplaatsing kwam hem zeer ongelegen, temeer omdat hij in Hoeven een boerderijtje had dat hij noodgedwongen moest gaan verhuren. In september 1939 volgde zijn gezin hem naar Nuland – Geffen. Tot hun ‘geluk’ mochten zij echter een jaar later naar ‘blokpost 61’ op Tolberg.


De informatie is deels afkomstig van Mw. J.C. Dam te Hoeven, dochter van Toon Dam. Overigens werd wachterswoning 23 (Rsd-Esn) al in 1897 als 'seinpost' ingericht om treinen op dat baanvak elkaar sneller te laten opvolgen. Pas in 1907 is er sprake van 'blokpost 61'.
 
 
Ter gelegenheid van het zilveren huwelijksfeest van het echtpaar Dam – Buijs op 1 mei 1944 werden de kinderen gefotografeerd op het weiland van boer Adrianus Thielen aan de noordwestzijde van de overweg. Duidelijk is het huis te zien met het opschrift ‘Blokpost 61’ met links ervoor een stukje  van de ‘blokpost’. Foto, collectie Familie Dam, Hoeven.
 
 
 

3. Wegwerkers bij de Brammeweg

 
 
Nog geen driehonderd meter ten zuiden van de overweg in de Hoekstraat (km 26,692 Zlw-Esn) lag in vroeger dagen de overweg in de Brammeweg (km 26,976). Vanuit deze Brammeweg kon je dan de boerderij bereiken op het huidige adres Hoekstraat 8, helemaal aan het einde van deze doodlopende weg. Het stuk weg tussen de twee boerderijtjes bij de overweg in de Hoekstraat en de overweg in de Brammeweg bestond toen nog niet.
 
De overweg in de Hoekstraat was er al vanaf het prille begin van de spoorweg van Antwerpen naar Roosendaal in 1854. Naast deze overweg stond wachtpost 28 (km 26,683 links, in 1885 vervangen door wachterswoning 24, km 26,677 links). In 1925 werd de bewaking opgeheven, vanwege de te hoge kosten. Waarschijnlijk omdat het uitzicht werd belemmerd, viel wachterswoning 24 al in 1935 ten prooi aan de slopershamer. Pas in september 1972 werd een AKI in dienst gesteld, die in mei 2005 werd vervangen door een AHOB.
 
Iets eerder, in 1924, werd ook de bewaking van de overweg in de Brammeweg opgeheven. Deze geschiedde overigens op afstand vanuit de wachterswoning aan de Hoekstraat. In mei 1978 werd een groot deel van de Brammeweg aan het verkeer onttrokken en daarmee verviel ook het bestaansrecht van de overweg. Om de boerderij op het huidige adres Hoekstraat 8 bereikbaar te houden, werd tussen de twee boerderijtjes bij de overweg in de Hoekstraat (nummers 6 en 7) en de vervallen overweg in de Brammeweg een nieuw stuk weg aangelegd. Waarschijnlijk was er op die plaats vanwege het kronkelige verloop al wel een landbouwweggetje in gebruik. Tegenwoordig is het wegverkeer drukker dan ooit, vanwege het volkstuinencomplex, schuin tegenover de boerderij aan de Hoekstraat 8. Overigens is de boerderij ook al lang niet meer als zodanig in gebruik.
 
 
Rond 1930-1935 staat een dubbele ploeg wegwerkers, kort voor de overweg in de Brammeweg, te poseren voor fotograaf Herman Vreugde en hij staat met zijn platencamera (op statief) op de overweg. Het is een van de weinige foto's van spoorwegpersoneel tijdens hun werk aan 'de lijn'.
 
Dat Herman Vreugde daar stond, was niet zo maar toevallig. Zijn vader was in 1909 als kolendrager op het Roosendaalse tractiedepot in dienst getreden. Zijn moeder was een dochter van Hermanus Vos (spoorwegwachter en ploegbaas) en Adriana Verbiest (wachteres aan de Maststraat in Nispen). Het echtpaar woonde van 1889 tot 1911 in de naast de overweg staande wachterswoning 27. Na hun pensionering in 1911 volgde de oudste zoon Adrianus zijn vader op als wegwerker. Hij was gehuwd met Elisabeth Michielsen en zij volgde haar schoonmoeder op als wachteres. Bij de opheffing van de bewaking in 1922 aan de Maststraat werden zij overgeplaatst naar Tilburg.
 
Uit het gezin van Hermanus Vos, dat elf kinderen telde, kwamen liefst vier zonen als spoorwegwachter en/of wegwerker bij 'het spoor' in dienst. Dit waren Adrianus (al genoemd), Johannes Petrus, Willem Franciscus en Petrus Hermanus. Dochter Johanna trouwde op 26 juni 1899 met Karel Willem Johannes Vreugde. Zij waren de vader en moeder van fotograaf Herman Vreugde.
 
Op de foto is de man in het witte jasje links ploegbaas Petrus Hermanus, geboren op 14 april 1884 te Krabbendijke. Dat was dus een broer van Herman's moeder en voor Herman 'Oom Piet'. De andere ploegbaas, helemaal rechts, is niet bekend. Maar kennelijk had 'Oom Piet' aan Herman gevraagd om hem en zijn ploeg eens te komen fotograferen en om de verkoop van afdrukken te stimuleren had hij natuurlijk ook zijn collega met ploeg en al uitgenodigd om er bij te komen staan. Een ploeg wegwerkers bestond doorgaans uit een man of vijf à zes. Aangezien in die tijd veel mensen hun huwelijkspartner in eigen buurt of werkkring zochten, zullen er ongetwijfeld nog wel meer familieleden van Herman op de foto staan. Maar lang niet alle namen van de mensen op de foto zijn ons bekend.
 
Herman Vreugde kijkt bij het maken van zijn foto in zuidelijke richting en ziet daarbij links de boerderij op het latere adres Hoekstraat 8 staan. Achter de groep wegwerkers bevindt zich een (mist-)baken, ten teken dat de machinist van een trein uit Essen zijn snelheid moet verminderen tot 30 km/h, tenzij hij ziet dat het hoofdsein bij wachterswoning 23 met blokpost 61 (km 26,115) op veilig staat. Dit sein geeft toegang tot het blok tussen blokpost 61 en seinhuis A op het emplacement in Roosendaal. Het baken staat op een afstand van circa 400 meter van het voorsein dat voorafgaat aan het hoofdsein dat zich weer zo'n 450 meter verderop bevindt en toegang geeft tot het blok tussen blokpost 61 en het emplacement in Roosendaal.
 
Bij mist kon de machinist dit sein vanaf de overweg aan de Brammeweg nooit zien en diende hij de trein altijd af te remmen tot 30 km/h, zodat hij in voorkomend geval nog op tijd tot stilstand kon komen. De vormgeving van een (mist-)baken deed een voor de machinist duidelijk hoorbaar weerkaatsend geruis ontstaan, ten teken dat hij moest gaan opletten. Volgens het seinreglement uit die tijd bestond een (mist-)baken uit twee rechthoekige borden achter elkaar geplaatst, oplopend in de bewegingsrichting van de trein, wit gekleurd met schuine zwarte strepen.
 
Interessant op de foto is ook de bovenbouw (rails en dwarsliggers). Links liggen rails in NP46 (Normaal Profiel 46 kg/m), gemonteerd op stoelen. Vanaf de jaren 1920-1930 werd in Nederland op hoofdspoorwegen de bovenbouw verzwaard, waarbij een indirecte bevestiging van de rails op de dwarsliggers werd toegepast. Rechts ligt nog een ouder (en lichter) type spoorstaaf met een directe bevestiging. Kennelijk was het baanvak Roosendaal - Essen (grens) toen aan de beurt voor een grootscheepse vernieuwing van de bovenbouw. Dat betekende een maandenlange arbeid voor meerdere ploegen van de Dienst van Weg & Werken en dat allemaal tussen de treinenloop in. Van een stremming van de treindienst gedurende enkele weken was destijds absoluut geen sprake.
 
Heden ten dage komt het NP46-profiel alleen nog maar voor op secundaire lijnen, raccordementen en fabriekssporen. Op hoofdlijnen wordt minstens UIC54 (54 kg/m) toegepast. Bij de HSL is dat zelfs UIC60 (60 kg/m).
 
 
De boerderij aan de Hoekstraat 8 valt op vanwege het feit dat de schuur hoger is opgetrokken dan het huis. Inmiddels is in 2010 en 2011 het dak geheel vernieuwd, maar de vorm is hetzelfde gebleven. Foto uit 1978.
 
 
Op 15 juli 1985 passeren locomotieven NS 2525+2466 met een goederentrein uit Essen de boerderij aan de Hoekstraat 8. Het complex met volkstuinen is nog niet aanwezig. De overweg lag ter hoogte van de eerste wagens achter de locomotieven.
 
 
Treinstel NMBS 037 passeert als trein L 7588 (Roosendaal - Antwerpen Centraal) op 17 mei 1985 de boerderij aan de Hoekstraat 8. Het hoge dak van de schuur is duidelijk te onderscheiden. Op de achtergrond zijn de boerderijtjes aan de Hoekstraat te ontwaren en zelfs nog de kenmerkende populier die eind 2010 een kop kleiner werd gemaakt. De overweg in de Brammeweg lag ongeveer halverwege tussen treinstel en Hoekstraat.
 
 
Locomotief NMBS 1340 passeert op 22 augustus 2010 met autoslaaptrein 1402 (omgeleid via Roosendaal, wegens werkzaamheden tussen Maastricht en 's-Hertogenbosch) het punt, waar vroeger de overweg in de Brammeweg lag. Deze weg kwam destijds van rechts aangezet, maar eindigt nu bij de 'woonboerderij' aan de Brammeweg 8 (tweehonderd meter rechts buiten de foto). Links op de achtergrond ligt de boerderij aan de Hoekstraat 8 en het volkstuinencomplex. De overweg was gesitueerd ter hoogte van de tweede wagen met auto's. Het stuk van de weg waarop de fotograaf staat, bestond tot 1978 niet.
 
 
 

4. Wachterswoning 27 aan de Maststraat te Nispen

 
 
Er stonden vroeger zeven wachterswoningen (genummerd 21 t/m 27) langs het baanvak Roosendaal - Essen. Pas in de jaren negentig werd nummer 21 bij 'De Fuis' (Vijfhuizenberg) afgebroken, nadat deze een aantal jaren leeg had gestaan. De rest verdween al veel eerder. In deze bijdrage beperken we ons tot het tragische einde van Wim Vissers in wachterswoning 27 aan de Maststraat in Nispen.
 
 
De foto is kort na de bevrijding van Nispen gemaakt. Op het hekwerk voor het huis is het bordje ‘Wheels only’ te zien. Dit diende om aan te geven, dat er alleen wielvoertuigen op de zandwegen mochten rijden. Indien hier tanks zouden rijden, dan bleef er helemaal niets meer over van de toch al slechte zandwegen. De rupsvoertuigen moesten zich dus door de velden naar hun bestemming begeven.
 
Leonardus Franciscus (Frans) Vissers, wegwerker bij de NS en gehuwd met Cornelia Schrauwen, woonde in wachterswoning 27. Het nummer staat op de zijgevel. Rond het middaguur op 23 oktober 1944 kreeg het huis van de familie Vissers-Schrauwen een inslag van een granaat. Vader en moeder zaten met hun zeven kinderen in de kelder van het huis, aangezien Duitse soldaten de schuilkelder achter op het erf hadden gevorderd. De granaat ontplofte tegen de kelderdeur. Daarbij werd de elfjarige Wim door een scherf getroffen. Hij verloor veel bloed en had dringend hulp nodig. Alleen werd dat niet meteen opgemerkt, waarschijnlijk omdat iedereen door rondvliegende glasscherven van kapotgeslagen weck-flessen uit de wintervoorraad was getroffen. Pas toen men zag hoe stil hij was en bleek wegtrok, pakte vader Vissers zijn zoon in de armen en ging met hem, onder zwaar artillerievuur en door sloten en greppels, in de richting van het dorp. Om een uur of vijf die middag zag hij hoe een Duits Sprengkommando de kerktoren van Nispen opblies. Inmiddels waren al vele dorpsbewoners op de vlucht geslagen. Pas in de avonduren bereikten vader en zoon het klooster in de Dorpsstraat 71. Daar zou in de kelder een dokter aanwezig zijn. Maar helaas overleed Wim kort na aankomst. Vader Frans Vissers stierf, 50 jaar oud, in 1951. Zijn vrouw bleef met de kinderen in de woning achter. Nadat alle kinderen de deur uit waren, is zij verhuisd. Het huis aan de Maststraat werd afgebroken in 1965.
 
 
Hoe de situatie er heden ten dage uit ziet, is op deze plaat van 10 juli 2011 te zien. De fotograaf staat wel enkele meters oostwaarts, als gevolg van de verbreding van het baanlichaam in de jaren tachtig.
 
 
 

5. Tabel overwegen en wachterswoningen 21 op baanvak Roosendaal - Essen

 
 
Tot slot nog een opsomming van de huidige overwegen et cetera op het baanvak Roosendaal - Essen (grens):

km 23,885 Overweg Markt/Kade                           
km 24,092 Onderdoorgang Burgemeester Freijterslaan
km 24,502 Viaduct Autosnelweg A 58
km 24,882 (R) wachterswoning 21 (1885-1996), nabij vroegere overweg op Vijfhuizenberg   
km 24,950 Spanningsluis uit 1957-1992

km 25,052 1e overweg Willem Dreesweg
km 25,586 (R) wachterswoning 22 (1885-1941)
, nabij vroegere overweg Watermolenstraat
km 26,060 Spanningsluis uit 1992-heden    
km 26,115 (R) wachterswoning 23 (1885-1944), nabij vroegere overweg Tolbergsestraat (tevens blokpost 61)
km 26,477 2e overweg Willem Dreesweg
km 26,683 (L) wachterswoning 24 (1885-1935), naast overweg Hoekstraat
km 26,692 Hoekstraat                             
km 28,168 Everlandwegje
km 28,168 (R) wachterswoning 25 (1885-1935), ligging in de buurt van vroegere overweg
                     
km 29,159 Bergsebaan
km 29,176 (L) wachterswoning 26 (1885-1926), naast overweg Bergsebaan
km 29,891 (L) wachterswoning 27 (1854-1965), naast overweg Maststraat                                       
km 29,910 Maststraat                                                      
km 30,652 (of km 75,742 NMBS) Nigtestraat  
km 31,144 (of km 75,250 NMBS) Grens