Geschiedenis spoorwegen
in en om
Roosendaal

 
 

Het stationsgebouw te Seppe

 
De halte Seppe (km 7,114 Rsd-Bd) werd voor reizigersvervoer geopend op 10 augustus 1854. Behoudens een tijdelijke sluiting vanaf 20 oktober 1854 tot 21 mei 1855 bleef de halte tot 15 mei 1938 onafgebroken in dienst. Als 'haltegebouw' deed wachterswoning 48 dienst. Vanaf 1884 lagen aan weerszijden van de overweg aarden perrons van 75 meter lengte. In 1885 ontstond een haltegebouw (km 7,110 Rsd-Bd) na een ingrijpende verbouwing en uitbreiding van de wachterswoning.
 
 
In 1915 werd het haltegebouw flink uitgebreid en gewijzigd in een 'echt' stationsgebouw. Aan de straatzijde werd een ruime hal met veel glas voor de ontvangst van reizigers aangebracht. In 1916 kreeg het stationsgebouw een aparte uitbreiding aan de perronzijde als blokpost, van waaruit ook de bediening van de overwegbomen plaatsvond. De haltechef mocht zich voortaan stationschef noemen en kreeg een aparte woning (links, km 7,087) naast het haltegebouw. Tussen beide gebouwen verrees nog een gebouwtje met privaten en waterplaatsen voor de reizigers, en pal tegenover het stationsgebouw op het andere perron een abri. Verder werden de aarden perrons verlengd tot 150 m en verbreed tot 3,5 meter. Tenslotte werd op het baanvak Roosendaal - Breda het blokstelsel III ingevoerd. Foto Marius Broos, 14 oktober 1987.
 
 
Situatietekening van het stationsgebouw Seppe, 1915-1941. Tekening Marius Broos.
 
 
De perronzijde van het stationsgebouw Seppe. Ansichtkaart uit circa 1920.
 
 
De perronzijde van het stationsgebouw Seppe, situatie 1885-1915. Tekening Marius Broos.
 
 
Plattegrond van het stationsgebouw Seppe, 1915-1916. De uitbouw van de blokpost is nog geen feit. Tekening Marius Broos.
 
 
De perronzijde van het stationsgebouw Seppe, situatie na 1916. Links werden in 1941 ramen in plaats van deuren aangebracht. Tekening Marius Broos.
 
 
In 1916 kreeg het stationsgebouw een aparte uitbreiding aan de perronzijde als blokpost, van waaruit ook de bediening van de overwegbomen plaatsvond. Foto Marius Broos, 28 juni 1987.
 
 
Met ingang van de winterdienstregeling op 4 oktober 1936 werd Seppe gedegradeerd tot een halte. Anderhalf jaar later, met ingang van de zomerdienstregeling op 15 mei 1938, en tegelijk met bijna 150 andere kleine stations en halten in Nederland werd Seppe gesloten voor reizigersvervoer. Een jaar later werd de abri op het perron aan de zuidzijde afgebroken. Overigens stopten er vanaf 10 juni 1940 tot 21 september 1940 nog enkele reizigerstreinen in Seppe, vanwege een tijdelijk gebrek aan andere vervoermiddelen. In 1941 werd het gebouw, met uitzondering van het lokaal voor de blokpost, ingericht als woning.
 
 
De straatzijde van het stationsgebouw Seppe. Ansichtkaart uit circa 1930.
 
 
Aan de straatzijde was in 1915 een ruime hal met veel glas voor de ontvangst van reizigers aangebracht. Tekening Marius Broos.
 
 
In 1941 werd de ruime hal met veel glas gewijzigd in woonkamers voor de blokpostwachter en zijn gezin. Tekening Marius Broos.
 
 
De straatzijde van het stationsgebouw Seppe. Foto Marius Broos, 28 juni 1987.
 
 
Zijaanzichten van het stationsgebouw Seppe, 1915-1941. Tekeningen Marius Broos.
 
 
Zijaanzichten van het voormalige stationsgebouw Seppe, na 1941. Tekeningen Marius Broos.
 
 
Op 26 december 1971 was de blokpost in het voormalige stationsgebouw Seppe nog in dienst. De blokpost werd op 26 november 1972 opgeheven wegens de aanleg van automatisch blokstelsel op het baanvak Roosendaal - Etten. Tegelijkertijd verviel ook de bediening van de overweg na de aanleg van een AHOB. Foto Marius Broos.
 
 
Pas in 1973 werd het lokaal van de voormalige blokpost ingericht tot een gedeelte van de woning.
Foto Marius Broos,
22 september 1974.
 
 
Veel was er in 1978 nog niet gewijzigd. Foto Marius Broos, 14 mei 1978.
 
 
In 1913 werd Seppe ook geopend voor goederenvervoer. Daarvoor werd een wissel met zijspoor en een laad- en losweg aangelegd.Al in 1918 moest de laad- en losweg worden uitgebreid door het in oostelijke richting verplaatsen van het wissel en het verlengen van het zijspoor. Verder werden aan de westzijde wissels aangelegd, zodanig dat het zijspoor bereikbaar werd vanuit de hoofdsporen uit beide richtingen. Deze wisselverbinding werd al in 1938 weer opgebroken.
(Voor de duidelijkheid is de tekening in twee delen gesplitst, die naadloos op elkaar sluiten.)
 
 
 
Hoe ging het bedienen van de laad- en losweg in Seppe nu in zijn werk? Dat is goed te volgen op een foto van KLM Aerocarto op een onbekende dag in 1960. Uit Roosendaal kwam in de loop van de ochtend een goederentrein tot stilstand op de overweg bij het voor-malige stationsgebouw (1). Pal achter de locomotief serie 600 hingen twee wagens voor Seppe. De resterende vijftien wagens (2) moesten naar het industrieterrein Vosdonk en de laad- en losplaats bij het voormalige station Etten-Leur.
Meteen na stilstand werden door de rangeerder de twee wagens voor Seppe losgekoppeld, waarna de locomotief ze verder optrok tot voorbij het wissel, rechts buiten beeld, naar het kopspoor. De rest van de trein bleef op het hoofdspoor staan en werd gedekt door onveilige seinen vóór Seppe.

In Seppe stonden op het kopspoor zeven goederenwagens gereed om opgehaald te worden. De locomotief haalde deze eerst uit door deze aan (de twee daar later weg te zetten wagens) te koppelen en naar het hoofdspoor over te brengen (3). Vervolgens reed de locomotief nog een keer het kopspoor op om de twee wagens daar te plaatsen (4). Tenslotte reed de locomotief weer terug naar het hoofdspoor en duwde de zeven goederenwagens terug naar de vijftien stuks bij het stationsgebouw. Na het koppelen en een remproef ging het konvooi verder naar Etten.
 
Na de opkomst van vrachtauto's met oplegger in 1965 was het echter snel gedaan met het goederenvervoer per trein naar en van kleine plaatsen, temeer ook omdat Nederland in rap tempo overschakelde van steenkool op aardgas. Vanaf 1965 werd Seppe nog maar sporadisch bediend en op 29 september 1969 viel de sluiting van de vroegere halte voor goederenvervoer. Tenslotte werd in 1972 de laad-en losweg met het zijspoor en wissel opgebroken.
 

Waarom kreeg Seppe eigenlijk een halte voor de trein ?

In de jaren voor de aanleg van een spoorweg tussen Roosendaal en Moerdijk in 1854-1855 had de gemeente Oudenbosch op haar kosten de weg tussen het dorp en de Rijksstraatweg van Breda naar Roosendaal laten verharden. Deze weg kwam uit op de plaats, die later het kruispunt Maple Farm heette en waar ook de herberg van Jacobus Sep stond.

Maar Oudenbosch was in 1854 geenszins tevreden met één enkel spoorwegstation. Al op 24 februari 1854 verzocht zij de AR ‘eene halte te bekomen op het punt, waar den Spoorweg van Rosendaal naar Breda den klinkerweg dier gemeente aangaat, zijnde in de nabijheid van den grooten Rijkssteenweg’. Oudenbosch streefde er dus naar om haar eigen wegverbinding dienstbaar te maken aan het vervoer per trein naar Breda. De AR wees het verzoek echter af, maar Oudenbosch zat niet bij de pakken neer.

Het gemeentebestuur wendde zich op 31 mei 1854 tot de Minister van Binnenlandse Zaken in Den Haag. Oudenbosch voelde zich belangrijk genoeg. Zij had immers ‘opvoedingsgestichten met 400 kweekelingen’ en belangrijke boomkwekerijen met afzet van gewassen en plantsoenen naar elders, zodat ‘men zich verzekerd kan houden van op dat punt dagelijks eene menigte reizigers te zullen aantreffen die, bestaat de gelegenheid aldaar niet, geen gebruik van den Spoorweg zullen maken voor zoover de rigting naar Breda betreft’. En dan had men het nog niet eens over ‘de gerieflijkheid en het gemak’.

Bij beschikking van 26 juni 1854 willigde de minister het verzoek van Oudenbosch in, echter tot ‘zoolang de spoorweg van Roosen-daal tot Oudenbosch niet is in exploitatie gebragt’. De burgemeester zorgde zelf voor het verspreiden van affiches met de dienst-regeling in zijn gemeente en omliggende plaatsen.

Toch verdween de ‘provisionele halte’ weer op 20 oktober 1854 tot grote teleurstelling van de belanghebbenden. Maar Oudenbosch liet het er niet bij zitten. Op 1 februari 1855 volgde weer een verzoekschrift aan de minister. Het was immers veel vlotter om recht-streeks vanaf Bosschenhoofd (nabij de herberg van Jacobus Sep, vandaar ook ‘bij Sep’ of ‘bij Seppe’) naar Breda met de trein te reizen, dan langs de omweg over Roosendaal met voorshands gebrekkige aansluitingen.

De minister was de beroerdste niet, want op 29 april 1855 werd goedgevonden ‘de directie der Spoorwegmaatschappij uit te noodigen onverwijld de halte aan den Straatweg naar Oudenbosch te herstellen met bevoegdheid binnen één jaar na de openstelling van den weg tot Breda op de zaak terug te komen zoo zij bij ondervinding tot de overtuiging mogt komen dat deze halte strijdig met de algemeene belangen is of niet aan de verwachting beantwoord.’

Met ingang van 21 mei 1855 liet de AR haar stoptreinen zelfs aan drie halten stoppen, namelijk Seppe, Hoeven en Princenhage. De halte Seppe zou voor reizigersvervoer geopend blijven tot 15 mei 1938. Dat is te danken geweest aan het uitgroeien van het aan-vankelijk zeer kleine buurtschapje tot een echt dorp, waartoe de opening van de halte zeer zeker een steentje heeft bijgedragen.
 
 
Gezicht vanaf de vroegere plaats van het zijspoor te Seppe op trein 4652 (Vlissingen - Zwolle), bestaande uit materieel 1946-treinstel NS 671, 14 mei 1978.
 
 
Gezicht vanaf de vroegere plaats van het zijspoor te Seppe op trein 4648 (Vlissingen - Zwolle), bestaande uit locomotief NS 1127 met rijtuigen plan E, 9 november 1983.
 
 
Gezicht vanaf de vroegere plaats van het zijspoor te Seppe op trein 4643 (Deventer - Vlissingen), bestaande uit locomotief NS 1609 met rijtuigen plan E, 30 oktober 1983.
 
 
Gezicht vanaf de vroegere perron aan de zuidzijde te Seppe op trein 4647 (Zwolle - Vlissingen), bestaande uit locomotief NS 1110 met rijtuigen plan E, 23 oktober 1985.
 
 
Gezicht vanaf de vroegere perron aan de zuidzijde te Seppe op een posttrein van 's-Hertogenbosch naar Roosendaal, bestaande uit mP 3019 + 2 gP, 23 oktober 1985.
 
 
Gezicht vanaf de vroegere perron aan de zuidzijde te Seppe op trein 4341 (Zwolle - Roosendaal), bestaande uit locomotief NS 1211 met rijtuigen plan E, 9 november 1983.
 
 
Gezicht vanaf de vroegere perron aan de zuidzijde op het vroegere gebouwtje met privaten en waterplaatsen voor de reizigers en het stationsgebouw te Seppe, 28 juni 1987.
 
 
Gezicht vanaf de overweg op het vroegere stationsgebouw te Seppe, 28 juni 1987.
 
 
Gezicht vanaf de straat op het vroegere stationsgebouw te Seppe, 28 juni 1987.
 
 
Gezicht vanaf de overweg op het vroegere 'stationskoffiehuis' aan de zuidoostzijde van de overweg te Seppe, 28 juni 1987.
 
 
Gezicht vanaf het vroegere perron op de woning van de halte- of stationschef, het gebouwtje met privaten en waterplaatsen voor de reizigers en het stationsgebouw te Seppe, 18 maart 2006.
 
Het vroegere stationsgebouw Seppe vormt de laatste vertegenwoordiger van een type, dat uitsluitend langs het traject Roosendaal - Breda tot stand kwam. De drie andere stationsgebouwen, Hoeven, Liesbosch en Princenhage (iets afwijkend), werden al in de jaren 1939, 1972 en 1987 gesloopt. In de herfst van 1989 kwam het gebouw in Seppe na het overlijden van de bewoonster echter leeg te staan.
Toch werd n
a een lange leegstand, waarbij overigens geen sporen van vandalisme ontstonden, in 1992 een nieuwe bestemming gevonden. Conform de gang van zaken elders in het land werd het stationsgebouw aan de gemeente Hoeven verhuurd en die vond een nieuwe bewoner voor het gebouw, in de vorm van een bloemenwinkel voor het dorp, die in april 1993 in gebruik werd genomen.

Eind juni 2018, na ruim 25 jaar, verloor het vroegere stationsgebouw opnieuw zijn functie. Toen sloot bloemenboetiek De Goudsbloem haar filiaal in het inmiddels all Rijksmonument geklasseerd pand.
Kees Notenboom (58) knapte het voormalige stationsgebouw met eigen handen op om zijn winkel erin te vestigen. "Je begrijpt dus wel dat we dit besluit niet zomaar nemen. Het is een prachtig gebouwtje. We hebben er lang over nagedacht en het al een paar keer uitgesteld, maar je moet een keer de knoop doorhakken." De Goudsbloem gaat wel door in Roosendaal en Hoeven. "Ik wil al langer terug naar twee winkels, dat is handiger werken. Een paar jaar terug hebben we Rucphen ook afgestoten'', legt Notenboom uit. "Het is niet dat het in Bosschenhoofd slecht liep, maar die andere twee zijn wel drukker." (BN/De Stem)
 
Nog geen half jaar later had het gebouw een bestemming als proeflokaal en ontmoetingsplek van een cateringbedrijf, geleid door drie dames. "Het is echt een vet pand en we zijn pas net begonnen met verbouwen en inrichten. Het heeft al charme. We wilden geen strak pand. Het is echt onze stijl; stoer, een beetje bruut. Net als ons eten", vertelt Joleine. De dames willen een ding duidelijk maken: het wordt geen lunchroom. Catering blijft hun hoofddoel. Wel kan er eten afgehaald worden. "Het wordt een proeflokaal. We zien het als een ontmoetingsplek voor de lokale bewoners, een plek waar ze een broodje kunnen afhalen en een kopje koffie kunnen drinken. 's Avonds kunnen er maaltijden afgehaald worden, zoals gezonde ovenschotels", vertelt Sabine. Tijdens de verbouwing blijven ze cateren vanuit hun eigen keuken. "We gaan een drukke tijd tegemoet. Na het winnen van de Halderbergse Startersprijs 2018, hebben we het hartstikke druk. De mail ontploft. Maar we vinden het allemaal geweldig en we hebben er zin in", zegt Chantal.
(BN/De Stem)