Geschiedenis spoorwegen
in en om
Roosendaal

 
 

Een bezoek aan het tractiedepot in 1930

 
De Grondwet meldde op donderdag 17 april 1930 onder het kopje:
EEN EXCURSIE
Morgen, Vrijdag, bezoekt een gezelschap Engelsche technische spoorwegambtenaren onder leiding van een ingenieur uit Breda het station Roosendaal en deszelfs inrichtingen.
 
 
Locomotief NS 3905, gebouwd in 1929, buiten dienst in 1956.
 
Op zaterdag 19 april 1930 stond het verslag onder het kopje:
ENGELSCH BEZOEK BIJ DE TRACTIE DER NED. SPOORWEGEN ALHIER.


Uit de krant: Gistermorgen bracht een gezelschap Engelschen, leden van de „Stephenson Locomotive Society", opgericht in 1909, een bezoek aan de Werkplaats der Ned. Spoorwegen en het Locomotiefdepot alhier. Deze Society heeft ten doel de bevordering der kennis omtrent spoorwegaangelegenheden onder het Engelsche volk door bestudeering in binnen en buitenland van diverse spoorwegtechnische aangelegenheden en de popularisatie dezer zaken door woord en geschrift. Het gezelschap bestond uit circa 20 leden, bijna allen ingenieurs of technici. In Hoek van Holland werden zij ontvangen door een ingenieur der Tractie, den heer Corporaal uit Breda, die hen hierop naar Roosendaal leidde.
 
Het bezoek in Roosendaal speelde zich af op Goede Vrijdag. Traditiegetrouw was er dan weinig reizigers- en goederenvervoer. Vandaar dat een groot deel van de Roosendaal gestationeerde locomotieven die dag op hun thuisbasis stond.
 
Uit de krant: In het bureau van den Depotchef, den heer Muller, waarboven de Engelsche vlag wapperde, werd het gezelschap in een vlot speechje door den heer Corporaal uiteengezet wat zij te Roosendaal te zien kregen. Allereerst gaf hij een overzicht van de totstandkoming van dit uitgebreide Tractieterrein vóór circa 20 jaar, deelde mede welke werken thans in aanbouw zijn, als: de algeheele pneumatische installatie en diverse andere werken en gaf ook een overzicht van de verschillende types locomotieven hier aanwezig.
 
Uit de krant: Geruimen tijd besteedden de gasten alsnu aan het bezichtigen en... fotografeeren van deze locomotieven. Dat foto-grafeeren bleek ‘n hobby van hen te zijn. Er werd tenminste in massa kiekjes gemaakt.
 
Van dit bezoek zijn 12 foto's in het Rijksmuseum te Amsterdam bewaard gebleven, die in deze rubriek worden getoond. In 1931 waren in Roosendaal nog minstens tien verschillende series locomotieven in dienst. Van alle locomotieven werden op traditionele Engelse wijze statieportretten gemaakt, dat wil zeggen: schoorsteen rechts en tender links.
 
 
Locomotief NS 737, gebouwd in 1866, buiten dienst in 1931.
 
 
Locomotief NS 1419, gebouwd in 1891, buiten dienst in 1935.
 
 
Locomotief NS 1631, gebouwd in 1892, buiten dienst in 1947.
 
 
Locomotief NS 1765, gebouwd in 1901, buiten dienst in 1952.
 
 
Locomotief NS 8127, gebouwd in 1906, buiten dienst in 1954 (rechts: voormalige locomotievenloods van de HIJSM).
 
 
Locomotief NS 1921, gebouwd in 1910, buiten dienst in 1947.
 
 
Locomotief NS 3305, gebouwd in 1912, buiten dienst in 1953.
 
 
Locomotief NS 2124, gebouwd in 1917, buiten dienst in 1953 (rechts: voormalige locomotievenloods van de HIJSM).
 
 
Locomotief NS 3905, gebouwd in 1929, buiten dienst in 1956 (rechts: voormalige locomotievenloods van de HIJSM).
 
 
Locomotief NS 6101, gebouwd in 1929, buiten dienst in 1956 (rechts: voormalige locomotievenloods van de HIJSM).
 
Uit de krant: Diverse typen locomotieven waren voor de loodsen bijeengebracht. Typisch was de tegenstelling tusschen de oudste en de nieuwste machine. De oudste was een machine uit 1863, ‘n platte-wagen met hooge pijp en naar alle zijden open machinisten-platform. Daarachter in alle grootschheid de nieuwe Duitsche Kraft-machine, waarin de oudste zuster ‘n keer of wat verdwijnt. Hoe oud ook, de 1863er kan toch altijd nog 'n 90 K.M. halen - natuurlijk niet met de moderne zware wagons.
 
Uit de beschrijving van een locomotief uit de beginjaren van de spoorwegen in Nederland, toont de verslaggever niet bijster veel verstand van spoorwegtechniek te hebben. Natuurlijk kon de machine uit 1866 wel een modern reizigersrijtuig met 90 km/h vervoeren, alleen niet zoveel als de grote zus uit 1929. Kennelijk was het de verslaggever ook niet bekend dat je reizigers in rijtuigen vervoert en goederen in wagons. En dat is tot in de huidige tijd nog steeds niet veranderd...
 
 
Locomotief NS 737 (als oudste in Roosendaal) staat voor locomotief NS 3905 (als jongste in Roosendaal).
 
 
Overigens had locomotief NS 3905 in 1931 niet zijn standplaats in Roosendaal. Zij was namelijk van 14 maart 1930 tot 12 mei 1930 in Boxtel gestationeerd. Hoogstwaarschijnlijk was de machine, kort voor het bezoek van het Engelse gezelschap, met een reizigerstrein uit Boxtel in Roosendaal aangekomen. Er wachtte haar op de draaischijf voor de polygonale locomotievenloods een vorstelijk ontvangst door het personeel van Tractie. Het was voor de Roosendalers de eerste keer dat zij één van 32 nieuwste aanwinst op het spoorwegnet in levende lijve zagen. Vanuit Amsterdam en Rotterdam mochten de zware locomotieven in elk geval nog niet naar Roosendaal rijden, want eerst moest de spoorwegbrug bij Moerdijk worden versterkt. De Engelsen mochten een foto-afdruk van de 3905 mee naar huis nemen. (Achter de machine staat de voormalige locomotievenloods van de HIJSM die in 1943 zwaar werd beschadigd door een bombardement en grotendeels werd afgebroken.)
 
Uit de krant: Er werden ook nog verschillende andere gedeelten der Tractie bezichtigd, waarna het gezelschap naar Amsterdam vertrok om aldaar evenals in diverse andere grootere stations een kijkje te nemen.
 
Het is niet bekend wat het gezelschap op Paaszaterdag in Amsterdam ging doen. Of het een vrije dag was naar eigen inzicht of dat men op eigen gelegenheid Holland mocht verkennen. In elk geval stond op zondag, Eerste Paasdag, een reis naar Eindhoven en Maastricht op het programma. Ook daar zijn foto's van bewaard gebleven. En wat men op maandag overdag deed, is eveneens onbekend.
 
Uit de krant: Maandagavond keeren de excursisten weer naar Engeland terug. De excursie wordt geheel voor rekening der excursisten zelf gehouden doch vanwege de Nederlandsche Spoorwegen wordt alle mogelijk medewerking op de stations zelf verleend.
 
 
Locomotief NS 3905, gebouwd in 1929, buiten dienst in 1956.
 
Tenslotte: Uit de jaren van in en buiten dienst gaan van de locomotieven mag je concluderen dat de oudste over het algemeen 50 tot 60 jaar mee gingen en de jongste nog niet de helft. Dit komt louter en alleen door het feit dat de stoomtractie na de Tweede Wereldoorlog in raop tempo plaats moest maken voor elektrische- en diesel-elektrische tractie.